Kanton, intellectuele eigendom, auteursrecht, fotozaak, verstek, ambtshalve toetsing proceskosten art. 1019h Rv. Proceskosten op grond van Indicatietarieven in IE-zaken gelet op zeer eenvoudige, niet-bewerkelijke karakter van de zaak ambtshalve gematigd tot liquidatietarief. Buitengerechtelijke kosten ter vaststelling aansprakelijkheid en schade en ter verkrijging ter voldoening buiten rechte na rolbeslissing apart begroot.
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
woonplaats: Vlaardingen en
2. [eiser 2],
woonplaats: Vlaardingen,
eisers bij exploot van dagvaarding van 24 september 2018,
gemachtigde: mr. K.M. van Boven te Uitgeest,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: Spijkenisse,
gedaagde,
die niet heeft gereageerd.
1 Het verloop van de procedure
Eisers hebben gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen aan zowel eiser sub 1 als eiser sub 2 te betalen ter zake de schadevergoeding voor de inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten een bedrag van € 600,00, alsmede een bedrag van
€ 385,88 ter zake de vergoeding van de kosten die zij hebben moeten maken ter vaststelling en invordering van de schade, vermeerderd met rente en kosten (ex art. 1019h Rv) zoals in de dagvaarding omschreven, alsmede te verklaren voor recht dat gedaagde inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van eisers.
Bij rolbeslissing van 4 december 2018 zijn eisers in de gelegenheid gesteld de kosten voor het salaris van de gemachtigde en de buitengerechtelijke kosten separaat te specificeren.
Eisers hebben bij akte gereageerd onder overlegging van een specificatie proceskosten.
Tegen gedaagde is verstek verleend.
2 De beoordeling
Eisers hebben vergoeding van schade gevorderd die zij hebben geleden als gevolg van de door de gedaagde gemaakte inbreuk op hun auteurs- en persoonlijkheidsrechten. Deze schadevergoeding zal worden toegewezen. Voor het daarbij ook nog toewijzen van een verklaring voor recht hebben eisers echter geen afzonderlijk belang gesteld, zodat dit deel van de vordering bij gebrek aan een grondslag wordt afgewezen.
Zoals overwogen bij de rolbeslissing van 4 december 2018 zullen de kosten in de onderhavige zaak, gelet op de aard van de inbreuk en het niet bewerkelijke karakter van de zaak, op grond van de geldende regeling Indicatietarieven in IE-zaken (rechtbanken) worden begroot overeenkomstig het toepasselijke liquidatietarief in kantonzaken.
De vordering die ziet op de kosten van € 385,88 ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid (artikel 6:96 lid 2 sub b BW) komen de kantonrechter niet onrechtmatig en/of ongegrond voor en zullen worden toegewezen.
Ten aanzien van de vordering van € 280,35 en € 316,05 die ziet op de kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (artikel 6:96 BW lid 2 sub c BW) wordt als volgt overwogen. Deze vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten - onder welke benaming ook in de vordering opgenomen - zal worden toegewezen tot het bedrag van
€ 180,00, dat jegens gedaagde redelijk is, gelet op de tarieven volgens welke zodanige kosten aan de opdrachtgevers gewoonlijk in rekening worden gebracht en deze kosten voor het overige gelet op artikel 241 Rv geacht worden onder de proceskosten te vallen.
Inzake de gevorderde rente over de proceskosten zal worden beslist zoals hierna vermeld.
De gevorderde informatiekosten zijn niet toewijsbaar, nu niet gehandeld is overeenkomstig artikel 9 Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders.
De apart gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om aan eiser sub 1 tegen kwijting te betalen € 600,00 ter zake de schadevergoeding voor de inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten;
veroordeelt gedaagde om aan eiser sub 2 tegen kwijting te betalen € 600,00 ter zake de schadevergoeding voor de inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten;
veroordeelt gedaagde om aan eisers tegen kwijting te betalen € 358,88 ter zake de vergoeding van de kosten die zij hebben moeten maken ter vaststelling en invordering van de schade;
veroordeelt gedaagde om aan eisers tegen kwijting te betalen € 180,00 ter zake de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eisers vastgesteld op:
- € 324,01 aan verschotten;
- € 180,00 aan salaris voor de gemachtigde;
en indien gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan dit vonnis heeft voldaan, begroot op:
€ 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, een en ander voor zover van toepassing te vermeerderen met btw;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Verkerk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
792
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: