3.1.
[eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Small Kidz te veroordelen tot betaling van:
a. Het loon ad € 1.435,56 bruto per maand c.a. ingaande 23 april 2022 en zolang de
tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd dan
wel in ieder geval voor de duur van de onderhavige procedure te betalen, waarbij het
achterstallige loon binnen twee dagen na de uitspraak betaald dient te worden en
vervolgens op de gebruikelijke wijze en tijdstippen;
b. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW ad 50% over de onder ‘a’ genoemde
post;
c. een bedrag ter zake van buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel
ingevolge de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten en het Besluit
vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;
d. Small Kidz te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over het onder ‘a’ en ‘b’ bedoelde bedrag vanaf de dag dat deze bedragen zijn verschuldigd, te weten 23 april
2022;
e. Small Kidz te veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure, een bedrag
aan gemachtigdensalaris daarbij inbegrepen.
f. Het loon ad € 1.435,56 bruto per maand c.a. zulks op de gebruikelijke wijze en
tijdstippen, ingaande 4 juni 2022 en zolang de tussen partijen bestaande
arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd dan wel in ieder geval voor de
duur van de onderhavige procedure;
g. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW ad 50% over de onder ‘f’ genoemde post;
h. een bedrag ter zake van buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel
ingevolge de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten en het Besluit
vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;
i. Small Kidz te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over het onder ‘f’ en g’
bedoelde bedrag vanaf de dag dat deze bedragen zijn verschuldigd, te weten 23 april
2022;
j. Small Kidz te veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure, een bedrag
aan gemachtigdensalaris daarbij inbegrepen.
3.2.
[eiseres] heeft hiervoor het volgende aangevoerd.
3.2.1.
[eiseres] is ziek en kan daarom haar werkzaamheden niet uitvoeren. Zij heeft op grond van artikel 7:629 lid 1 BW dan recht op loon. De medische ingreep (borstverkleining) is uitgevoerd in verband met medische klachten. Zowel uit de informatie van de huisarts als uit het advies van de bedrijfsarts van 11 maart 2022 blijkt dat [eiseres] medische klachten had en dat er dus geen sprake is van een (zuiver) cosmetische ingreep. De enkele afwijzing van de verzekeraar om de ingreep niet te vergoeden, betekent niet dat de ingreep medisch gezien niet verantwoord is. Ook het ziekenhuis waar [eiseres] de ingreep heeft ondergaan heeft een verklaring opgesteld, waaruit blijkt dat er sprake is van mammae hypertrofie (abnormaal groot groeiende borsten) en van nek- en rugpijn. Van het opzettelijk veroorzaken van de arbeidsongeschiktheid is dan ook geen sprake.
3.2.2.
Er moet in ieder geval vanaf 4 juni 2022 salaris worden betaald. De normale hersteltijd na een dergelijke ingreep bedraagt zes weken, zodat na deze periode de arbeidsongeschiktheid niet langer het gevolg kan zijn van de ingreep.
3.2.3.
[eiseres] heeft recht op de wettelijke verhoging en de rente omdat het salaris niet op tijd is betaald. Daarnaast heeft [eiseres] recht op een vergoeding van de door haar gemaakte buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van € 512,50.
3.3.
Small Kidz heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering en heeft verzocht de vorderingen af te wijzen, met veroordeling van [eiseres] in de kosten. Zij heeft hiervoor het volgende aangevoerd.
3.3.1.
De ziekte van [eiseres] is opzettelijk veroorzaakt, zodat er geen loon verschuldigd is. De ingreep was niet medisch noodzakelijke en medisch niet goed gekeurd. In Nederland werd deze ingreep in verband met een te hoog BMI ook niet vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Door er voor te kiezen met (ernstig) overgewicht en zonder medische indicatie naar het buitenland te vertrekken om een borstreductie te laten verrichten was er bij [eiseres] het zekerheidsbewustzijn aanwezig en is de ziekte opzettelijk veroorzaakt. Daarnaast zijn er veel omstandigheden die doen vermoeden dat de ingreep niet medisch noodzakelijk was maar overwegend uit cosmetisch oogpunt is verricht. Small Kidz beroept zich hierbij op artikel 7:628 lid 1 jo artikel 7:629 lid 3 onder a BW.
3.3.2.
De loonbetaling zal worden hervat zodra [eiseres] hersteld is van de ingreep. Betwist wordt dat de herstelperiode zes weken bedraagt. Daarnaast zijn de beperkingen nog dezelfde en blijkt niet dat deze beperkingen vanaf 4 juni 2022 los staan van de ingreep.
3.3.3.
Voor het geval de vordering wordt toegewezen wordt verzocht het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en indien dat wel zal worden gedaan, te bepalen dat [eiseres] zekerheid zal stellen tot een door de kantonrechter te bepalen bedrag.