3.1.
De rechtbank stelt in deze zaak tussen partijen de volgende feiten vast.
3.1.1.
[eiser] is gescheiden en heeft een dochter. [eiser] is de schrijver van de boeken “Weg van Lila” (2007, ISBN 9789061127604) en “Vaderstad” (2009, ISBN 9789061123880). Die boeken (hierna ook: de Boeken) zijn uitgegeven door Karakter Uitgevers B.V. Van het boek “Weg van Lila” zijn tot 1 januari 2012 circa 18.000 exemplaren verkocht en van “Vaderstad” circa 7.000 exemplaren. Op 3 september 2009 heeft [eiser] een treatment (een in scènes samengevatte verhaallijn) genaamd “Weg van Lila” geschreven voor een filmbewerking van genoemde boeken.
3.1.2.
[eigenaar gedaagde] is gescheiden en heeft twee zonen en een dochter. [eigenaar gedaagde] maakt middels zijn vennootschap [gedaagde] films.
3.1.3.
In de zomer van 2010 heeft [eigenaar gedaagde] het boek “Weg van Lila” gelezen. Op 20 september 2010 heeft [eigenaar gedaagde] bij [eiser] geïnformeerd of de filmrechten van zijn Boeken nog beschikbaar zijn. [eiser] heeft die vraag bevestigend beantwoord. Daarna heeft [eiser] aan [eigenaar gedaagde] zijn boek “Vaderstad” en zijn treatment toegezonden. [eigenaar gedaagde] heeft aan [eiser] kenbaar gemaakt dat hij interesse heeft om de Boeken te verfilmen. [eiser] en [eigenaar gedaagde] hebben daarover een gesprek gevoerd.
3.1.4.
Op 14 november 2010 heeft [eigenaar gedaagde] een voorstel aan [eiser] geschreven over de voorwaarden voor een licentie op de auteursrechten op de Boeken. Van de zijde van [eiser] is een tegenvoorstel gedaan. Zij zijn niet tot overeenstemming gekomen. [eigenaar gedaagde] heeft aan [eiser] op 18 november 2010 gemaild dat hij dan liever zijn eigen verhaal verfilmt. Op 26 november 2010 heeft [eigenaar gedaagde] nogmaals aan [eiser] gemeld dat hij ook bezig is met zijn eigen echtscheidingsverhaal, dat hij daar een scenario van maakt en dat hij dan geen rechtenperikelen heeft. Op 18 december 2010 heeft [eigenaar gedaagde] aan [eiser] gemeld dat hij de verfilming van de Boeken in de wachtkamer zet en dat hij prioriteit aan zijn eigen echtscheidingsverhaal geeft.
3.1.5.
Op 2 augustus 2011 heeft de agent van [eiser] aan hem bericht dat met NL Film een licentie-overeenkomst is gesloten betreffende de auteursrechten op de Boeken tegen een minimale licentievergoeding van € 55.000,-.
3.1.6.
Op 24 oktober 2011 heeft [eigenaar gedaagde] aan FMB/Dutch Media, de inmiddels nieuwe uitgever van [eiser], via e-mail een filmscript toegestuurd met de melding: “Bij deze het script van Janey (roepnaam Jan), Kind van de rekening! Een echtscheidingsdrama als Kramer versus Kramer (rauwer dan Kluun, heter dan Heleen) misschien kunnen we er een boek van maken. K draai de film in Februari/Maart en hij komt in t najaar in de bioscoop. Met de telegraaf gaan we flink herrie maken aangezien ze partner zijn! K hoor graag of jullie mogelijkheden zien voor een super samenwerking”. In reactie daarop heeft FMB op 1 november 2011 aan [eigenaar gedaagde] bericht: “(…) Op 24 oktober stuurde je ons een filmscenario met als titel “Janey (Roepnaam Jan)”. (…) Ik heb het scenario aan mijn daartoe meest geschikte collega gegeven. Mijn collega meldde mij kort daarna dat haar bij lezing onmiddellijk opviel dat de inhoud van het scenario de inhoud van het boek betreft van een van onze auteurs, te weten de heer [eiser]. (…) 1. Wij kunnen niet samenwerken aangaande dit scenario. 2. Wij hebben de auteur op de hoogte gesteld van deze kwestie en laten deze verder aan de auteur.”
3.1.7.
Bij brief van 23 november 2011 heeft de advocaat van [eiser] [eigenaar gedaagde] gesommeerd de inbreuk op de auteursrechten van [eiser] op de Boeken en het treatment te staken. Op 25 november 2011 heeft [eigenaar gedaagde] aan [eiser] bericht dat hij diens verhaal niet heeft gebruikt voor zijn filmscript.
3.1.8.
Bij vonnis van 28 maart 2012 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank in Leeuwarden gedaagde onder meer geboden om zich met onmiddellijke ingang na betekening van het vonnis te onthouden van iedere inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser] op de Boeken op straffe van verbeurte van een dwangsom.
3.1.9.
Voor en na dit kort geding heeft [eigenaar gedaagde] publiciteit gezocht. Op 24 mei 2012 heeft NL Film aan [eiser] laten weten niet verder te willen met de verfilming van “Weg van Lila”. Tot verfilming van “Janey, Kind van de rekening!” is het evenmin gekomen.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vorderingen het volgende ten grondslag.
“[eiser] heeft het verhaal over een vader die na een breuk in zijn relatie en/of een echtscheiding er een tijd alleen voor komt te staan om voor zijn kind te zorgen, de daaraan verwante problematiek over bij wie van de ouders het kind zal gaan wonen, welke keuzes de ouders daarbij maken en wat de consequenties daarvan zijn, zodanig oorspronkelijk uitgewerkt dat dit verhaal auteursrechtelijke bescherming geniet.
[eiser] verwijst naar de samenvattingen die hij van zijn Boeken en het filmscript van [eigenaar gedaagde] heeft gemaakt (Productie 29), alsmede naar een lijst van 136 punten van overeenstemming tussen de Boeken en het filmscript (Productie 30) en een overzicht van 39 aan de Boeken ontleende karakteristieken en elementen die door [eigenaar gedaagde] op zo getrouw mogelijke wijze zijn overgenomen in de filmbewerking (Productie 31). (Rechtbank: ter onderbouwing heeft [eiser] de Boeken in het geding gebracht.)
(…)
Uit de filmbewerking blijkt onomstotelijk dat het Werk als uitgangspunt heeft gediend. Het essentiële van de compositie van het Werk is gehandhaafd in de bewerking. De opbouw, de karakters en de voortgang en ontwikkeling en het plot in de verhaallijn van de Boeken en het filmscript vertonen, alles in onderling verband en samenhang beschouwd, mede in aanmerking genomen het hier aan de orde zijnde genre (een echtscheidingsverhaal met de daarin verwante voogdijproblematiek over bij wie van de ouders het kind/de kinderen gaat wonen) een zo grote gelijkenis dat de indruk die het filmscript achterlaat in teveel essentiële en karakteristieke aspecten identiek is aan die van de Boeken om het als een onafhankelijke schepping te kunnen aanmerken.
[eiser] ontkent niet dat er bij vergelijking van het Werk en de bewerking ook verschillen waarneembaar zijn, maar deze verschillen nemen de inbreuk niet weg (…)”.
[eiser] beroept zich niet op de bescherming van geschriften zonder eigen of persoonlijk karakter, de zogeheten “geschriftenbescherming” van artikel 10, lid 1 onder primo Aw.
3.2.1.
[eiser] verwijt gedaagde voorts onrechtmatig handelen door hem oneerlijke concurrentie aan te doen met een inbreukmakend filmscript, door de handelsrelaties van [eiser] vrees aan te jagen en door [eiser] in de media onheus neer te zetten.
3.2.2.
Gedaagde heeft onder meer aangevoerd:
“[eiser] legt een lijst met 136 punten die overeen zouden stemmen tussen het filmscenario en de Boeken (het treatment laat hij blijkbaar buiten beschouwing). Blijkbaar is naar aanleiding van die lijst een “shortlist” van 39 overgelegd met punten waar bij de beoordeling gewicht aan zou toekomen. Inderdaad bestaat de lijst van 136 punten uit vele irrelevante en onbeschermde elementen. (…)
Bij lezing van het treatment en de Boeken van [eiser] alsmede de als productie 31 van de dagvaarding overgelegde stukken, valt allereerst op dat, hoewel het geschreven teksten betreft, er geen zin of zinsdeel identiek is. Bij alle 39 punten die [eiser] aangeeft, is geen sprake van overeenstemming of van enige auteursrechtelijke relevantie.
Daarbij zij opgemerkt dat [eiser] niet heeft voldaan aan zijn stelplicht. [eiser] heeft slechts in algemene bewoordingen gesteld dat hij auteursrecht heeft op de Boeken en het treatment, hij heeft echter nagelaten nader aan te geven waarin zijn eigen intellectuele schepping (het eigen oorspronkelijk karakter en het persoonlijk stempel van de maker) gelegen is. (…)
Ten eerste is een groot deel van die “overeenstemmingen” subjectief geformuleerd door [eiser]. De punten zijn als het ware naar elkaar toegeschreven en de raakvlakken zijn er met de haren bijgesleept. (…)
Ten tweede zijn er enkele elementen die overeenstemmen (…) echter dat zijn enkel elementen die niet auteursrechtelijk beschermd zijn. Het gaat om 1) elementen waaraan geen creatieve keuze van [eiser] ten grondslag ligt, maar die te banaal of triviaal zijn om een intellectuele schepping te zijn, 2) elementen die inherent zijn aan het vertellen van een echtscheidingsverhaal en die zogezegd behoren tot het publieke (echtscheidings)domein, 3) elementen die dramaturgisch gezien gewoon voor de hand liggen.
3.3.
De rechtbank stelt vast dat [eiser] niet heeft gemotiveerd waarom aan zijn treatment auteursrechtelijke bescherming toekomt en ook niet waar de inbreuk van gedaagde op auteursrecht op het treatment uit bestaat. De rechtbank zal de verdere beoordeling dan ook toespitsen op de vraag of en in hoeverre aan de Boeken auteursrechtelijke bescherming toekomt en of sprake is van inbreuk op die rechten door gedaagde.
3.4.
In een zaak als hier aan de orde is de aard van de Boeken een erg belangrijke bij de beoordeling te betrekken omstandigheid. Het gaat hier om twee romans van [eiser] tegenover een filmscript van gedaagde. Volgens [eiser] - hetgeen onweersproken is - berusten de romans grotendeels op zijn eigen ervaringen uit het leven. Hij noemt zijn Boeken in de achterin weergegeven verantwoording “autobiografische fictie”. De rechtbank maakt uit die verantwoording op dat de personen, situaties en locaties en weergegeven dialogen en gedachten grotendeels fictie zijn in plaats van een letterlijke weergave van de door hem ervaren gebeurtenissen. Of sprake is van literatuur of lectuur laat de rechtbank in het midden. Zij volstaat met het oordeel dat de Boeken thans geen wereldwijd geprezen en gewaardeerde werken zijn.
3.4.1.
Bij de beoordeling moet verder het volgende in aanmerking worden genomen. Een werk dat sterk op een ander werk lijkt maakt daarop nog geen inbreuk indien het onafhankelijk daarvan is gecreëerd. Maar ook indien van het nieuwere werk is gebaseerd op c.q. ontleend aan het oudere werk is daarmee nog niet gegeven dat van inbreuk op een auteursrecht sprake is. Dat hangt af van het aantal nagevolgde auteursrechtelijk beschermde elementen en de mate van gedetailleerdheid ervan. Het komt in het bijzonder aan op weging en waardering van de concrete omstandigheden van het geval.
3.5.
De rechtbank oordeelt als volgt. [eiser] heeft gesteld dat aan de Boeken auteursrechtelijke bescherming toekomt omdat hij onderwerpen/thema’s in zijn Boeken zodanig oorspronkelijk heeft uitgewerkt dat het verhaal auteursrechtelijke bescherming geniet. Deze motivering is summier. Uit de verdere motivering van de vordering blijkt de rechtbank dat [eiser] van oordeel is dat ook aan de opbouw, de karakters en de voortgang en ontwikkeling en het plot in de verhaallijn van de Boeken auteursrechtelijke bescherming toekomt. Hij stelt immers dat, omdat de gelijkenis ten aanzien van deze aspecten met het filmscript van [eigenaar gedaagde] groot is, er sprake is van inbreuk op zijn auteursrecht. De onderbouwing van de stelling dat sprake is van auteursrecht is gelegen in de overlegging van de Boeken in samenhang met de lijsten met punten van overeenstemming op grond waarvan de rechtbank kan beoordelen of en in hoeverre de Boeken een eigen oorspronkelijk karakter hebben dat het persoonlijk stempel van de auteur [eiser] draagt. Met het filmscript van gedaagde kan de rechtbank beoordelen of en in hoeverre gedaagde inbreuk op auteursrecht heeft gemaakt.
3.5.1.
Voor zover [eiser] de onderwerpen/thema’s in zijn Boeken heeft uitgewerkt door in teksten gebeurtenissen van personen en gedachten van personen weer te geven, hebben deze teksten een eigen en oorspronkelijk karakter en dragen ze het persoonlijk stempel van de maker. Het zijn voortbrengselen van de geest van [eiser]. De rechtbank is echter met gedaagde van oordeel dat geen teksten of delen van teksten uit de Boeken van [eiser] in het filmscript zijn overgenomen. Van inbreuk op auteursrecht is dan in zoverre geen sprake.
3.5.2.
Voor zover [eiser] een boodschap of levensles in de Boeken heeft meegegeven - hij stelt dit niet duidelijk - geldt dat een boodschap zo algemeen geldend of zo vaak eerder is geopenbaard dat ze tot het publieke domein behoren en niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. Voor het auteursrecht is relevant hoe een boodschap of levensles op oorspronkelijk wijze is uitgewerkt in een verhaal. Aan enige boodschap of levensles in de Boeken van [eiser] komt dan ook geen auteursrechtelijke bescherming toe. Van inbreuk op auteursrecht is dan in zoverre geen sprake.
3.5.3.
Afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval kan het overnemen van stijl, schrijftrant en genre, in combinatie met de opbouw van het verhaal, intrige, plot, in combinatie met de (hoofd)personen en hun karakteristieken, in combinatie met de situering van het verhaal in bijvoorbeeld tijd, plaats en milieu tot het oordeel leiden dat sprake is van het overnemen van auteursrechtelijk beschermde elementen van de Boeken. Aan voormelde elementen komt evenwel niet snel auteursrechtelijke bescherming toe omdat aan dergelijke elementen vaak het eigen oorspronkelijke karakter moet worden ontzegd. Immers in de reeds gedurende vele eeuwen gepubliceerde boeken en andere geschriften, waarin romans, novelles of gedichten zijn opgenomen, of in films, is een zeer groot aantal verhaallijnen, karakters en locaties/milieus al gebruikt en beschreven. Voorts geldt dat niet ieder overnemen ervan geldt als inbreuk. Het komt aan op de weging en waardering van de concrete omstandigheden van het geval.
3.5.4.
Het genre van de Boeken, ten dele autobiografisch, ten dele fictie, is al veelvuldig gebruikt in boeken en andere geschriften. Voor de stijl, die op zichzelf al niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt, geldt het zelfde. Een wat rauwere explicietere wijze van uitwerken van gebeurtenissen en gedachten is al in veel boeken en geschriften en ook films gebruikt.
3.5.5.
Het onderwerp van de Boeken, de grote verhaallijn, is een echtscheidingsverhaal van een door een vrouw verlaten vader die zijn kind verzorgt en via een gerechtelijke procedure voor toewijzing van het kind aan hem vecht. Al meer dan een decennium is sprake van een aanzienlijk aantal echtscheidingsprocedures waarbij de verblijfplaats van het kind onderwerp van geschil is. In een groot aantal gevallen wil de moeder dat het kind bij haar gaat verblijven. Dat levert (gerechtelijke) strijd en emoties bij de vader en de moeder op. Het onderwerp van de Boeken is dan ook veelvuldig voorkomend, zo ook in de film “Kramer versus Kramer”. Wat betreft de loop van het verhaal met de daarin voorkomende gebeurtenissen geldt dat door zowel in de Boeken als in het filmscript voorkomende gebeurtenissen een beeld van gelijkenis tussen beide wordt opgeroepen. Het gaat om de volgende elementen.
- -
Het terugkomen van de maan in gesprekken tussen vader en dochter: Zoals gedaagde heeft onderbouwd met voorbeelden is de maan als teken van verbondenheid van mensen al vaak gebruikt. [eiser] heeft dit onderwerp niet zo oorspronkelijk uitgewerkt dat er auteursrechtelijke relevantie aan moet worden toegekend. Bovendien komt de maan in de Boeken in relatie met spraakverwarring tussen vader en dochter voor. In het filmscript is dat niet het geval.
- -
Het gebruik van flashback’s naar de jeugd van de vader: het gebruik van flashback’s in een verhaal is zeer veel voorkomend. In beide flashback’s gaat het over het gaan scheiden van de ouders van de vader, maar de uitwerking ervan is geheel verschillend. In “Weg van Lila” is sprake van dialogen tussen de vader en zijn vader of moeder en komt de emotie/beleving van de vader meer naar voren. In het filmscript is de ruzie tussen de ouders van de vader op de voorgrond geplaatst. De uitwerking in het filmscript is miniem.
- -
Het gebruik van een (openings)scene waarin de vader van zijn advocate te horen krijgt dat de dochter aan de moeder is toegewezen: het gebruik van een (openings)scene die later in het verhaal terug keert komt vaak voor om spanning op te wekken. In “Weg van Lila” is de scene de opening van het verhaal, in het filmscript is de scene kort na de opening van het verhaal geplaatst. Dat de vader emotioneel reageert is voor de hand liggend en niet oorspronkelijk. De wijze van reageren van de vaders is niet gelijk. Dat na deze scene het verhaal weer naar die scene toeloopt is gebruikelijk.
- -
Het flirten met een zangeres: De zangeres in “Weg van Lila” is een bestaande zangeres, die in het filmscript niet.
- -
De vrouwelijke baas die de vader ontslaat: Het hebben van een vrouwelijke baas die de vader ontslaat komt veelvuldig voor.
- -
Moeder laat kind bij onwennige vader achter: Dit element is eerder in de film “Kramer versus Kramer” opgenomen.
- -
Dochter komt per ongeluk in opnamen terecht: In kinderboek “Joris Kabeltje” is de vader ook betrokken bij een studio en verstoort het kind de opnames, zodat dit element vaker voorkomt.
- -
Een interview/werken met een zangeres in het buitenland: Dit is een veel voorkomende situatie bij mensen die werken in de muziekwereld.
- -
Vader flirt met een vrouw en krijgt ruzie met een man: Ruzie om een vrouw in het uitgaanscircuit is een vaker voorkomende gebeurtenis.
- -
Een vriend van de vader met de naam Siep (Boeken) en Syb (filmscript) die adviezen geeft: Iedere man in een echtscheidingssituatie heeft wel een vriend die adviezen geeft. De namengelijkenis berust op toeval nu [eigenaar gedaagde] onweersproken heeft gesteld dat Syb een werkelijk bestaande vriend is.
- -
Het opruimen van spullen na vertrek partner op een foto en trouwboekje (Boeken) en geboortekaartje (filmscript) na: Dit is vaker voorkomend na een afscheid/vertrek, zo ook in “Kramer versus Kramer”.
- -
Het lepeltje-lepeltje slapen van vader en dochter: Vele vaders en dochters liggen wel eens om geborgenheid te bieden/voelen in deze houding.
- -
Confrontaties en gedrag tussen de vader en zijn ex-partner: Een moeder die haar kind weer bij zich wil hebben is vaker voorkomend, zo ook in “Kramer versus Kramer”. Voor de overdracht van het kind in een park geldt hetzelfde. De angst bij de vader dat hem het kind niet wordt teruggegeven is een begrijpelijke.
- -
Een zwangere advocate: Een advocate die zwanger is komt vaak voor. Datzelfde geldt voor het hebben van een wit konijn voor kinderen en het bakken van appeltaart om een raadsonderzoeker gunstig te stemmen.
- -
Het onverwacht verliezen van de rechtszaak: Dit is eerder gebeurd in de film “Kramer versus Kramer”. Datzelfde geldt voor het ontroerd zijn van de vader bij goed gedrag van zijn dochter voor de raadsonderzoeker.
- -
Het kapot slaan/gaan van een vaas bij boosheid: Dit is vaak voorkomend.
- -
De afscheidstraktatie van de dochter bij vertrek van school: Een kind dat van school vertrekt trakteert vaker.
- -
Het vieren van Sinterklaasfeest: Dit is een al vele jaren bestaande traditie.
- -
Het niet volgen door de rechtbank van het advies van de Raad voor de kinderbescherming: Dit komt vaker voor en is gebaseerd op “Kramer versus Kramer”.
3.5.6.
Voor de hoofdpersonen en hun karakters geldt het volgende. De vader uit “Weg van Lila” werkt bij MTV, de vader uit het filmscript werkt bij de radio. De uitwerking van de persoon van de vader in “Weg van Lila” is veel gedetailleerder dan die in het filmscript. De gelijkenis bestaat hierin dat beiden graag en veel met vrouwen flirten en seks bedrijven. Dit is een vaker voorkomend element in boeken en films. Het verschil bestaat hierin dat de persoon van de vader in “Weg van Lila” zich meer onvriendelijk over en/of tegen vrouwen uit, terwijl dat beeld in het filmscript niet wordt opgeroepen. Mogelijk, en dat is ook een verschil, wordt dat veroorzaakt door het leeftijdsverschil van de vaders, rond de 30 jaar tegenover rond de 40 jaar. De dochter in de Boeken is verschillend van die in het filmscript. De dochter in de Boeken is een peuter, terwijl de dochter in het filmscript iets ouder is. De beschrijving van hun gedragingen is dan ook verschillend. Bovendien spreekt de dochter in de Boeken (steeds meer) Zweeds. De ex-partner van de vader in de Boeken is jong en Zweeds, de ex-partner van de vader in het script is iets ouder en Nederlands. Ze komt uit de beschrijving als meer “stevig” naar voren dan de ex-partner van de vader in de Boeken. De omvang van de rol van de ex-partner in de Boeken is veel groter dan die van de ex-partner in het filmscript.
3.5.7.
Wat betreft de locaties en het milieu van de Boeken en het filmscript geldt het volgende. De gebeurtenissen in de Boeken spelen zich af in Londen, Zweden en Nederland, terwijl de gebeurtenissen in het filmscript in Nederland plaatshebben, echter niet in dezelfde stad/steden als in de Boeken. Het milieu van de Boeken is de snelle jonge MTV-wereld, het milieu van het filmscript is dat van de radio-wereld. Dat laatste milieu is nauwelijks uitgewerkt, terwijl dat van de Boeken veel gedetailleerder is. Het milieu uit de Boeken komt naar voren als “jonger” dan dat uit het filmscript, mogelijk veroorzaakt door het leeftijdsverschil tussen de vaders en tussen de auteurs.
3.6.
Uit de overwegingen 3.5.5. t/m 3.5.7. komt naar voren dat er een enkele overeenkomst is tussen de karakters van de vader in de Boeken en de vader in het filmscript. Verder komt daaruit - in het bijzonder uit 3.5.5. - naar voren dat in de Boeken en het filmscript vele dezelfde elementen voorkomen. Naar het de rechtbank voorkomt zal de uitgever van [eiser] en in navolging daarvan [eiser] en zijn advocaat door die gelijkenissen zijn getriggerd en op grond daarvan de stelling hebben ingenomen dat van schending van auteursrecht sprake is. De rechtbank herhaalt hier echter dat het vertonen van gelijkenis tussen de Boeken en het filmscript nog niet betekent dat van inbreuk op auteursrecht sprake is. Wel geven de gesprekken tussen [eiser] en [eigenaar gedaagde] in samenhang met de bekendheid van [eigenaar gedaagde] met de Boeken en het treatment van [eiser] en de vervolgens voorkomende gelijkenissen als voormeld de rechtbank grond voor het voorshandse oordeel dat [eigenaar gedaagde] bij het maken van zijn filmscript aan de Boeken heeft ontleend. Zoals hierboven al is aangegeven is ontlening pas auteursrechtelijk relevant indien hetgeen waaraan is ontleend als auteursrechtelijke beschermde elementen is aan te merken. Daarvoor is vereist dat die elementen als eigen en oorspronkelijk kunnen worden aangemerkt en dat ze het persoonlijk stempel van de maker dragen.
3.6.1.
In verhalen over eenzelfde thema/grote verhaallijn, zoals in de Boeken en het filmscript, komen vaak gelijke(nde) elementen voor. Dat wordt in dit geval onderstreept door de film “Kramer versus Kramer”. In verhalen uit eenzelfde genre, zoals Westerns, komen vaak gelijke(nde) karakters en personen, locaties en verhaallijnen voor. Gelijkenis op deze punten in verschillende Westerns maakt nog niet dat sprake is van inbreuk op het auteursrecht. Dat komt dan doordat de uitwerking, de detaillering van de gelijke(nde) elementen verschillend is. Die uitwerking is dan ook de essentie van de scheppende arbeid van de auteur van verhalen. De in 3.5.5. t/m 3.5.7. besproken elementen zijn, zoals hierboven is overwogen, niet snel als eigen en oorspronkelijk aan te merken omdat in de vele reeds verschenen boeken en films allerlei mogelijke karakters, locaties, milieus en onderwerpen al eens zijn verwerkt. Die elementen moeten daarom wel zeer oorspronkelijk zijn wil daaraan auteursrechtelijke bescherming toekomen.
3.6.2.
De locaties en milieus zijn in de Boeken niet op bijzondere wijze uitgewerkt. Ze hebben geen bijzondere betekenis. Oorspronkelijk karakter komt daaraan niet toe. Voorts volgt uit overweging 3.5.7. dat de Boeken en het filmscript op deze elementen veel verschillen vertonen. Wat betreft de karakters in de Boeken en het filmscript vertonen alleen de vaderpersonen gelijkenis. Deze bestaat hierin dat beiden graag en veel met vrouwen flirten en seks bedrijven en een vergelijkbare werkkring hebben. Een dergelijk karakter komt vaker voor. De uitwerking van het karakter in de Boeken is niet zo onderscheidend of vernieuwend ten opzichte van de reeds voorkomende vergelijkbare karakters dat daaraan oorspronkelijkheid toekomt. Uit overweging 3.5.5. volgt dat de daar genoemde elementen of veel vaker zijn voorgekomen of logisch uit de omstandigheden voortvloeien danwel daarbij passen en daarom te banaal zijn. Geen van die elementen is naar het oordeel van de rechtbank zo vernieuwend of verassend uitgewerkt dat daaraan, los van de tekstuele uitwerking, oorspronkelijkheid toekomt.
3.7.
De conclusie luidt dan dat voor zover [eiser] elementen heeft uitgewerkt en van detaillering heeft voorzien aan die teksten auteursrechtelijke bescherming toekomt. Waar in het filmscript die tekstuele uitwerking niet is overgenomen, is geen sprake van inbreuk op auteursrecht. Voor zover vele elementen uit de Boeken als genoemd in de overwegingen 3.5.5. t/m 3.5.7. gelijkenis vertonen met het filmscript leidt dat wel tot een vermoeden van ontlening door [eigenaar gedaagde], maar niet tot een inbreuk op auteursrecht. Daarvoor missen die elementen hetzij op zichzelf, hetzij in de uitwerking ervan, oorspronkelijkheid.
3.8.
Waar geen sprake is van inbreuk door gedaagde op een werk van [eiser] in de zin van artikel 10 Aw, is van schending van zijn persoonlijkheidsrecht als maker van een werk in de zin van artikel 10 Aw geen sprake.
3.9.
Waar van inbreuk op auteursrecht geen sprake is, is het op de markt willen brengen en promoten van de film “Janey” door gedaagde niet onrechtmatig. De in de dagvaarding weergegeven uitlatingen van [eigenaar gedaagde] - en nagenoeg niet van gedaagde - betreffen het uiten van een mening. [eiser] heeft niet gemotiveerd op welke gronden gedaagde de grenzen van het recht op vrije meningsuiting heeft overschreden.
3.10.
Uit het vorenstaande volgt dat de vorderingen van [eiser] in deze bodemzaak worden afgewezen. [eiser] wordt daarom in de proceskosten van gedaagde veroordeeld, zoals gevorderd ex artikel 1019h Rv, inclusief nakosten en uitvoerbaar bij voorraad. Gedaagde heeft een bedrag van € 21.737,12 in een specificatie opgevoerd. Dit bedrag stijgt uit boven het bedrag dat door de rechtbanken als redelijk en evenredig wordt aangemerkt. Bovendien zijn in dit bedrag werkzaamheden ten behoeve van de incidenten begrepen, waarvan de kosten al zijn afgewikkeld in het vonnis in incident. Voorts is in dit bedrag begrepen een raming van kosten in verband met de zitting die ruim en daarom niet geheel redelijk en evenredig voorkomt. De rechtbank begroot de redelijke en evenredige kosten van gedaagde daarom op € 15.000,-. De wettelijke rente daarover is toewijsbaar vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis.