1 [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat mr. B.G.M. de Ruijter te Tilburg,
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE TILBURG,
zetelend te Tilburg,
gedaagde,
advocaat mr. B.C.W. Smits te Tilburg.
Hierna zullen eisers [eiser 1] ” en [eiser 2] ” worden genoemd en gedaagde “de gemeente”.
2 De feiten
- [eiser 1] en [eiser 2] wonen aan [woonadres] . Hun woning staat op het perceel, kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie AA, [perceelnummer 1] . Zij zijn ook eigenaar van de aangrenzende percelen met [perceelnummer 2] en [perceelnummer 3] .
- Aangrenzend aan voormeld [perceelnummer 3] ligt aan [straatnaam] een perceel bosgrond, kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie AA, [perceelnummer 4] (hierna: [perceelnummer 4] ). Dit perceel is eigendom van de gemeente. Het perceel is gelegen in het plangebied Buitengebied Zuidwest, vastgesteld door de gemeenteraad in 2012. Op het perceel rust de bestemming ‘Bos’. Het perceel ligt in het Stadsbos013. Het perceel is [afmetingen perceel 1] .
- De ligging van de percelen is weergegeven op het navolgende plaatje
- -
Op 3 oktober 2015 is door de gemeenteraad de omgevingsvisie “Tilburg 2040” vastgesteld. De gemeente heeft daarin een aantal strategieën voor de toekomstige stedelijke ontwikkeling geformuleerd, waaronder de ontwikkeling van drie stadsregionale parken die de verbinding tussen de stad en de natura 2000 gebieden moet leggen. Een van deze drie stadsregionale parken is Stadsbos013. De ontwikkeling van het Stadsbos013 dient nadrukkelijk tot stand te komen via initiatieven van burgers, ondernemers en grondeigenaren in het gebied en dient te leiden tot een verdere verbetering van het vestigings- en leefklimaat van Tilburg.
- -
Door de eigenaren van [perceelnummer 5] is in 2015 het initiatiefvoorstel (“Feestje”) ingediend. De ambitie van "Feestje" is een plek te creëren waar kinderen uit financieel armlastige gezinnen onbezorgd hun verjaardag kunnen vieren.
- -
Op 1 juli 2019 heeft de gemeente het Ruimtelijk Raamwerk Stadsbos013 vastgesteld. In het ruimtelijk raamwerk zijn de waarden van het gebied beschreven en de mogelijkheden geschetst voor de ontwikkeling van het gebied en de verschillende deelgebieden. Ten behoeve van het stimuleren van initiatieven heeft de gemeente de website www.stadsbos013.nl. opgericht. Via deze website kunnen initiatiefnemers hun ideeën kenbaar maken bij de gemeente.
- -
In de loop van 2020 hebben de eigenaren van [perceelnummer 5] kenbaar gemaakt dat hun initiatiefvoorstel ”Feestje” alleen goed ontplooid kan worden door het naastgelegen [perceelnummer 4] te kopen. Zij hebben daarbij aangegeven dat door de percelen samen te voegen de mogelijkheden voor het plan kinderfeestjes veel groter worden en het beter mogelijk is om het landschap, de ecologie en de biodiversiteit op het perceel te verbeteren. Zij hebben op 29 oktober 2020 hun plannen nader uitgewerkt in een document "Stadbos013, Initiatief 'Feestje!', Toepassen van de spelregels ruimtelijk raamwerk".
- -
Op 7 januari 2021 heeft de rentmeester van de gemeente aan de eigenaren van [perceelnummer 5] een conceptkoopovereenkomst en de algemene verkoopvoorwaar-den gemeente Tilburg doen toekomen.
- -
[eiser 2] heeft bij email van 20 september 2021 de rentmeester van de gemeente bericht dat zij graag het perceel nummer 349 wil kopen. Zij heeft daarbij aangegeven dat middels het beheer van het perceel tevens waarde toegevoegd kan worden aan het Stadsbos013, met behoud van de vigerende bestemming.
- -
De rentmeester heeft hierop bij email van 27 september 2021 bericht:
“Zoals besproken is het perceel helaas al mondeling verkocht. Mocht de verkoop geen doorgang vinden dan zal ik dat aan je laten weten”.
- -
Op 31 mei 2022 hebben [eiser 1] en [eiser 2] , de gemeente nogmaals een brief verzonden met het verzoek om het perceel met [perceelnummer 4] van de gemeente te kopen. De gemeente heeft hier niet op gereageerd.
- -
Op 7 juni 2022 hebben [eiser 1] en [eiser 2] navolgende publicatie aangetroffen op de website van de gemeente:
'Bekendmaking voornemen tot verkoop bosgrond [straatnaam]
publicatiedatum: 24 mei 2022 (reageren binnen 20 dagen)
Gemeente Tilburg ('de gemeente') is voornemens om een perceel bosgrond, gelegen aan [adres] , kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie AA, [perceelnummer 4] te verkopen. Naar het oordeel van de gemeente is de beoogde koper de enige serieuze gegadigde die in aanmerking komt voor de hiervoor vermelde verkoop.
Motivering
De motivering voor de gemeente om deze locatie onderhands aan de koper te verkopen, ligt in het feit dat het bosperceel aansluit op de strook bosgrond die reeds in eigendom is van de koper. Door de samenvoeging van de twee percelen kan het initiatief van koper doorgang vinden en een positieve bijdrage leveren aan het doel van het Stadsbos0l3. Het plan is in nauwe samenwerking met de projectgroep van het Stadsbos0l3 ontwikkeld, het voldoet aan de doelstellingen van het Stadsbos0l3 en past binnen de (concept) spelregels die zijn opgesteld om dit soort initiatieven in het Stadsbos0l3 mogelijk te maken.
Vervaltermijn
Indien u zich niet kunt verenigen met deze verkoop door de gemeente, omdat u meent
daarvoor zelf als gegadigde in aanmerking te komen, dan kunt u uiterlijk binnen 20
kalenderdagen na publicatiedatum een kort geding procedure aanhangig maken bij de
bevoegde voorzieningenrechter en dient u de gemeente hiervan onverwijld in kennis te
stellen middels betekening van de dagvaarding op het adres van de gemeente, bij
gebreke waarvan het recht vervalt om tegen al het voornoemde in rechte op te komen
en/of daarop enige aanspraak in welke vorm of hoedanigheid dan ook te baseren,
althans zijn uw rechten daarop uitgewerkt. Een digitaal afschrift van de dagvaarding
dient u tevens per e-mail aan [e-mailadres] nl te verzenden.
• Bekijk of download de verkooptekening [bestandsnaam]
De gemeente Tilburg geeft hiermee uitvoering aan de uitspraak van de Hoge Raad in
het Didam’-arrest van 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778). Meer informatie of
vragen? Stel ze per e-mail via [e-mailadres] .”
- -
[eiser 1] en [eiser 2] kunnen zich niet met deze verkoop verenigen en hebben vervolgens dit kort geding aanhangig gemaakt.
- -
Op 13 juli 2022 is tussen de gemeente en de eigenaren van [perceelnummer 5] een verkoopovereenkomst met betrekking tot [perceelnummer 4] ondertekend.
3 Het geschil
[eiser 1] vordert als voorlopige voorziening, na wijziging van eis,
1. de gemeente te verbieden om het perceel [perceelnummer 4] te verkopen en/of te leveren aan een derde anders dan na het volledig doorlopen van een openbare selectieprocedure, waarin duidelijk wordt vermeld dat de onroerende zaak beschikbaar is voor verkoop, wat de vraagprijs daarvan is, hoe de selectieprocedure verloopt, het tijdschema van de selectieprocedure en de toe te passen selectiecriteria, welke objectief, toetsbaar en redelijk dienen te zijn en welke binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan passen;
2. de gemeente op te dragen om binnen vier weken na de datum van het in
deze te wijzen vonnis een selectieprocedure openbaar te maken ten aanzien van het perceel [perceelnummer 4] , waarin duidelijk wordt vermeld dat de onroerende zaak beschikbaar is voor verkoop, wat de vraagprijs daarvan is, hoe de selectieprocedure verloopt, het tijdschema van de selectieprocedure en de toe te passen selectiecriteria, welke objectief toetsbaar en redelijk dienen te zijn en welke binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan passen;
3. de gemeente te verplichten om schriftelijk aan [eiser 1] en [eiser 2] kenbaar te maken dat zij niet zal overgaan tot verkoop en/of levering van het perceel [perceelnummer 4] aan de eigenaar van [perceelnummer 5] of enig ander, dan nadat de selectie- en verkoopprocedure in verband met het perceel met [perceelnummer 4] op correcte wijze en in overeenstemming met de door de Hoge Raad verstrekte maatstaven in het Didam-arrest zijn doorlopen, een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per dag voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat zij hiermee in verzuim blijft, met een maximum van
€ 50.000,00;
althans zodanige voorzieningen te bevelen en/of te verbieden als de voorzieningenrechter juist voorkomen, en de gemeente te veroordelen in de kosten van dit geding.
4 Standpunten partijen.
4.1.
[eiser 1] en [eiser 2] kunnen zich niet verenigen met de voorgenomen verkoop van het [perceelnummer 4] door de gemeente aan de eigenaren van [perceelnummer 5] . De gemeente was ervan op de hoogte dat [eiser 1] en [eiser 2] het perceel wilden kopen. Dit is in augustus 2020 in een gesprek met de programmamanager van de gemeente en in de e-mail/brief van 20 september 2021 en 31 mei 2022 aan de gemeente kenbaar gemaakt. Zij zijn echter niet in de gelegenheid gesteld om als serieuze gegadigde mee te dingen en om daarover met de gemeente in overleg te treden. Zij willen het perceel gebruiken ten behoeve van behoud, herstel en/of ontwikkeling van het bos/de bosschages en de bijbehorende bosgroeiplaats, behoud, herstel en/of ontwikkeling van landschappelijke waarden en/of natuurwaarden, bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden. Dit gebruik sluit eveneens aan bij de doelstellingen van Stadsbos013 en is, anders dan het initiatief “Feestje” in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om gelijke kansen te kunnen creëren, had de gemeente openbaarheid moeten verzekeren met betrekking tot de beschikbaarheid van het perceel, de selectieprocedure, het tijdschema en de toe te passen selectiecriteria. Deze selectiecriteria moesten objectief, toetsbaar en redelijk zijn en deze criteria moesten passen binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. De gemeente heeft dat niet heeft gedaan.
Deze handelwijze van de gemeente is daarom in strijd met de diverse beginselen van behoorlijk bestuur -waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel- en met de richtlijnen die de Hoge Raad op 26 november 2021 heeft gegeven in het zogenaamde “Didam-arrest (ECLI:NL:HR:2021: 1778). Dat de gemeente aan [eiser 1] en [eiser 2] geen mededingingsruimte wil bieden blijkt uit de omstandigheid dat zij worden genoodzaakt om direct een kort geding aan te spannen en kosten te maken teneinde hun rechten c.q. aanspraken niet te verliezen.
4.2.
De gemeente stelt zich op het standpunt dat zij zich wel degelijk heeft gedragen zoals van haar mag worden verwacht in het licht van het Didam-arrest en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij biedt mededingingsruimte door op haar website de onroerende zaken die voor verkoop in aanmerking komen te publiceren en zij communiceert open en transparant over haar visie middels een makkelijk toegankelijke website en door verschillende voorlichtingsbijeen-komsten. Bij de voorlichtingsbijeenkomst van september 2019, waarin de spelregels werden uitgelegd, was [eiser 1] aanwezig. De gemeente was op de hoogte van de wens van [eiser 1] en [eiser 2] om het [perceelnummer 4] te kopen (volgens de gemeente heeft het gesprek met de programmamanager overigens niet in augustus 2020 plaatsgevonden maar medio 2021), maar zij heeft hen niet gezien als een serieuze gegadigde want zij hebben nooit blijk gegeven van een ambitie een bijdrage te willen leveren aan de doelstelling van het Stadsbos013 en zij hebben daartoe ook geen initiatief ingediend. [eiser 1] en [eiser 2] hebben slechts aangegeven het perceel te willen kopen om te onderhouden. Feitelijk willen zij hun (particulier) woonperceel vergroten door daar een langgerekt perceel dat uitkomt op [straatnaam] aan toe te voegen waardoor er een achteringang naar hun perceel ontstaat. Dat is geen bijdrage aan het Stadsbos013 en voegt niks toe aan de ambities en doelstellingen in het gebied. Het initiatief “Feestje” past perfect binnen de doelstellingen van Stadsbos013, zoals het beter gebruik van het gebied door alle Tilburgers en het investeren in de landschappelijke en ecologische kwaliteiten van het gebied. Daarnaast levert het ook een bijdrage aan de bestuurlijke doelen zoals het Armoedeoffensief Kinderen. Omdat er maar één serieuze gegadigde was, namelijk de eigenaren van [perceelnummer 5] , hoefde de gemeente geen mededingingsruimte door middel van een selectieprocedure te bieden. Hoewel aan de initiatiefnemers nog geen vergunning is verleend om af te wijken van het bestemmingsplan, staat Gedeputeerde Staten positief tegenover het initiatief en er is ook sprake van een positieve vergaande samenwerking. De gemeente heeft het voornemen tot verkoop van [perceelnummer 4] aan de beoogde kopers tijdig en naar behoren kenbaar gemaakt. Daarbij is er bewust voor gekozen dat een belanghebbende derde een kort geding procedure diende te entameren omdat de verkoopprocedure met de beoogde kopers zich reeds in een vergaand stadium bevindt. Het beëindigen van die verkoopprocedure zou juist in strijd zijn met het vertrouwensbeginsel.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5 De beoordeling
5.1.
De voorgenomen verkoop van [perceelnummer 4] betreft een privaatrechtelijke transactie tussen de gemeente als grondeigenaar en de eigenaren van [perceelnummer 5] . In beginsel geldt voor dergelijke transacties, ook indien de overheid daarbij betrokken is, contractsvrijheid met dien verstande dat de transactie niet in strijd mag zijn met de geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht. Tot de regels van publiekrecht behoren de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit betekent dat een overheidslichaam bij het aangaan en uitvoeren van privaatrechtelijke overeenkomsten de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (waaronder het gelijkheidsbeginsel) in acht moet nemen.
5.2.
De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 in het zogenoemde Didam-arrest (nadere) eisen geformuleerd aan de toepassing van het gelijkheidsbeginsel bij de verkoop van aan een overheidslichaam toebehorende onroerende zaak. In rechtsoverwegingen 3.1.4 -3.1.6 overweegt de Hoge Raad daarover:
“3.1.4
Uit het gelijkheidsbeginsel — dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen — vloeit voort dat een overheidslichaam dat het voornemen heeft een aan hem toebehorende onroerende zaak te verkopen, ruimte moet bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak indien er meerdere gegadigden zijn voor de aankoop van de desbetreffende onroerende zaak of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn. In dat geval zal het overheidslichaam met inachtneming van de hem toekomende beleidsruimte criteria moeten opstellen aan de hand waarvan de koper wordt geselecteerd. Deze criteria moeten objectief, toetsbaar en redelijk zijn.
3.1.5
Het gelijkheidsbeginsel brengt ook mee dat het overheidslichaam, teneinde gelijke kansen te realiseren, een passende mate van openbaarheid moet verzekeren met betrekking tot de beschikbaarheid van de onroerende zaak, de selectieprocedure, het tijdschema en de toe te passen selectiecriteria. Het overheidslichaam moet hierover tijdig voorafgaand aan de selectieprocedure duidelijkheid scheppen door informatie over deze aspecten bekend te maken op zodanige wijze dat (potentiële) gegadigden daarvan kennis kunnen
nemen.
3.1.6
De hiervoor in 3.1.4 en 3.1.5 bedoelde mededingingsruimte door middel van een selectieprocedure hoeft niet te worden geboden indien bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop. In dat geval dient het overheidslichaam zijn voornemen tot verkoop tijdig voorafgaand aan de verkoop op zodanige wijze bekend te maken dat een ieder daarvan kennis kan nemen, waarbij het dient te motiveren waarom naar zijn oordeel op grond van de hiervoor bedoelde criteria bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt.”
5.3.
Kern van het geschil is de vraag of de gemeente uitvoering mag geven aan de voorgenomen verkoop van [perceelnummer 4] aan de eigenaren van [perceelnummer 5] , zoals medegedeeld in “Bekendmaking voornemen tot verkoop bosgrond Reuselpad” op 24 mei 2022. Meer in het bijzonder ligt de vraag voor of de gemeente, gelet op het Didam-arrest, kon volstaan met de onderhavige bekendmaking of dat zij aan [eiser 1] en [eiser 2] als serieuze gegadigde ruimte had moeten bieden om mee te dingen naar de verwerving van het perceel middels een openbare selectieprocedure.
5.4
Vooropgesteld wordt dat de voorgenomen verkoop van [perceelnummer 4] plaatsvindt op grond van een burgerinitiatief en niet op initiatief van de gemeente. Vast staat dat de eigenaren van [perceelnummer 5] in 2015 bij de gemeente het initiatiefvoorstel “Feestje” hebben ingediend, dat zij in de loop van 2020 kenbaar hebben gemaakt daartoe het naastgelegen [perceelnummer 4] te willen kopen en dat de gemeente hen op 7 januari 2021 de conceptkoopovereenkomst heeft toegezonden. Het betreft de verkoop van een bosperceel van 1380 m2 tegen een prijs van € 2.750,00. Het perceel is 160 meter lang en 8 meter breed en het ligt parallel aan [perceelnummer 5] van de beoogd kopers dat [afmetingen perceel 2] is. Door samenvoeging van de percelen zou een perceel ontstaan van [afmetingen perceel 2] en
[afmetingen perceel 2] breed, zodat de verkoop ruimtelijk gezien logisch is. Niet betwist is dat het initiatief “Feestje” past binnen de visie van de gemeente met betrekking tot Stadsbos013 (beter gebruik van het gebied door alle Tilburgers en investering in landschappelijke en ecologische kwaliteiten) en dat dit bijdraagt aan bestuurlijke doelen zoals het Armoedeoffensief Kinderen. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat de mogelijkheden van het initiatief Feestje door de samenvoeging van de [perceelnummer 5] en [perceelnummer 4] worden vergroot.
Een ieder heeft de mogelijkheid gehad om initiatieven in te dienen met betrekking tot [perceelnummer 4] . Vast staat dat op 7 januari 2021 door [eiser 1] en [eiser 2] geen initiatief was ingediend. Toen [eiser 1] en Van der Laan op 20 september 2021 kenbaar maakten dat zij [perceelnummer 4] wilden kopen, was de concept-koopovereenkomst al aan de eigenaren van [perceelnummer 5] gezonden. De voorzieningenrechter laat in het midden wanneer het contact tussen [eiser 2] en de programmamanager van de gemeente heeft plaatsgevonden, omdat dit niet de aangewezen weg was om de belangstelling voor het perceel kenbaar te maken.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de gemeente tegen deze achtergrond genoegzaam gemotiveerd dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria de eigenaren van [perceelnummer 5] de enig serieuze gegadigde is voor het [perceelnummer 4] . Van de gemeente kan ook niet gevergd worden dat zij in dit geval een omvangrijke en arbeidsintensieve openbare verkoopprocedure moet volgen die niet in verhouding staat tot de grootte en de waarde van het perceel.
Daarmee valt de voorgenomen transactie binnen het bereik van de door de Hoge Raad in het Didam-arrest onder 3.1.6. benoemde uitzondering en heeft de gemeente haar voornemen tot verkoop bekend kunnen maken op de wijze zoals zij heeft gedaan. De vraag of het initiatief strijdig is met het vigerende bestemmingsplan hoeft in dit kort geding niet worden beoordeeld. In dat kader is van belang dat in de concept koopovereenkomst is bepaald dat de gemeente de koopovereenkomst ontbindt zodra onherroepelijk vast komt te staan dat de gevraagde planologische maatregel niet wordt vastgesteld c.q. genomen, respectievelijk definitief niet werking zal treden.
5.5.
Wel is de voorzieningenrechter van oordeel dat van de gemeente verwacht had mogen worden dat zij na ontvangst van de e-mail van 31 mei 2021 [eiser 1] en [eiser 2] actief had gewezen op de publicatie van de bekendmaking van het voornemen tot verkoop van [perceelnummer 4] . Nu [eiser 1] en [eiser 2] desondanks tijdig dit kort geding aanhang hebben gemaakt, zijn zij niet in hun belangen geschaad.
5.6
Het vorenstaande leidt ertoe dat de vorderingen worden afgewezen.
5.7.
[eiser 1] en [eiser 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente worden begroot op:
- griffierecht € 676,00
- salaris advocaat 1.016,00
Totaal € 1.692,00
5.8.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
6 De beslissing
De voorzieningenrechter
6.1.
wijst de vorderingen af;
6.2.
veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente gevallen tot op heden begroot op € 1.692,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
6.3.
veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser 1] en [eiser 2] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van vijftien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening;
6.4.
verklaart dit vonnis voor wat betreft voormelde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2022.1