Erfrecht. Verzoek machtiging om nalatenschap namens een minderjarige te verwerpen. Omvang nalatenschap onbekend. Belang van minderjarige bij verwerping (nog) niet vaststaand. Machtiging verleend aan vertegenwoordigers voor inzage stukken zodat alsnog een boedelbeschrijving kan worden opgesteld en belang van minderjarige bij verwerping kan worden aangetoond.
wettelijk vertegenwoordigers en ouders van de minderjarige:
[minderjarige]
, geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum] 2010,
in de nalatenschap van:
[erflaatster]
,
geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag] 1930,
overleden te [plaats] op [datum] 2023,
laatstelijk gewoond hebbende te [plaats]
nader te noemen: erflaatster.
1 Het verzoek en de beoordeling
1.1
Ter griffie van deze rechtbank werd van de verzoekende partij op 12 juni 2024 een verzoekschrift met bijlagen ontvangen. Op 16 juli 2024 werd een nadere toelichting op het verzoek ontvangen. Het verzoek strekt ertoe de machtiging van de kantonrechter te verkrijgen om namens de minderjarige de nalatenschap van erflaatster te kunnen verwerpen.
1.2
De verzoekende partij stelt dat zij al 35 jaar geen contact meer hebben gehad met erflaatster. Zij is daarom niet in staat een boedelbeschrijving op te maken van het vermogen van erflaatster.
1.3
Het uitgangspunt is dat het verzoek alleen wordt toegewezen als sprake is van een negatieve nalatenschap. Het belang van de minderjarige bij de verwerping van de nalatenschap van erflaatster is nog niet voldoende vast komen te staan. Het horen van de verzoekende partij zal hierin op dit moment geen verandering kunnen brengen.
1.4
De wet schrijft in artikel 4:185 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voor dat schuldeisers gedurende een termijn van drie maanden na het overlijden van een schuldenaar geen verhaal kunnen nemen op goederen van de nalatenschap. Deze bepaling beoogt potentiële erfgenamen de tijd te bieden om de nalatenschap te inventariseren teneinde een weloverwogen keuze uit te kunnen brengen. Gedurende deze termijn kan de kantonrechter voorts de maatregelen voorschrijven die zij geboden acht. Deze termijn kan worden verlengd.
1.5
Hoewel de bevoegdheid tot het voorschrijven van maatregelen hoofdzakelijk lijkt te zijn ingegeven door de belangen van de schuldeisers, kent deze bepaling – met het oog op het belang van potentiële erfgenamen om een afgewogen keuze te kunnen maken rondom de vererving van een nalatenschap – een discretionaire bevoegdheid aan de kantonrechter toe wat betreft het voorschrijven van maatregelen.
1.6
Aangezien de kantonrechter ook elders in het erfrecht (art. 4:192 lid 2 BW) de bevoegdheid heeft om bij wijze van ordemaatregel het beheer van een nalatenschap aan een of meer personen toe te kennen, acht de kantonrechter zich in het belang van de minderjarige(n) op grond van gemelde wetsbepalingen bevoegd tot het opleggen van de volgende maatregel.
1.7
De kantonrechter zal bij wijze van maatregel als bedoeld in artikel 4:185 lid 2 BW de verzoekende partij machtigen tot inzage in en het verlangen van afschriften van alle gegevensdragers en de administratie van erflaatster. Voor alle duidelijkheid merkt de kantonrechter op dat de verzoekende partij op grond van deze machtiging van derden/instanties (zoals het Loket Slapende Tegoeden, banken, verzekeringsmaatschappijen, de belastingdienst en dergelijke), inzage dient te verkrijgen in alle bancaire gegevens en (belasting)administratie van erflaatster en dat eventuele schuldeisers van de nalatenschap op verzoek van de verzoekende partij hun vorderingen op de nalatenschap dienen op te geven en desgevraagd met stukken dienen te onderbouwen. De kantonrechter stelt hiermee de verzoekende partij in staat de samenstelling en omvang van de nalatenschap nader te inventariseren. Dit gedurende een termijn van drie maanden, ingaande na vandaag en dus tot en met 25 oktober 2024.
1.8
Hiermee krijgt de verzoekende partij de gelegenheid om de nalatenschap van erflaatster te inventariseren en vast te stellen of deze positief dan wel negatief is. Mocht de nalatenschap negatief blijken te zijn, dan zal de kantonrechter de verzochte machtiging tot verwerping alsnog verlenen. Mocht de omvang en samenstelling van de nalatenschap onduidelijk blijven of de nalatenschap positief blijken te zijn of ontvangt de kantonrechter niet tijdig een inhoudelijke reactie van de verzoekende partij, dan zal de machtiging worden geweigerd. De kantonrechter zal daarbij dan ervan uitgaan dat de verzoekende partij géén mondelinge behandeling van het verzoek (een zitting) wenst, tenzij de verzoekende partij aangeeft alsnog een zitting te wensen.
1.9
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
2 De beslissing
De kantonrechter:
2.1
machtigt de verzoekende partij tot kennisneming (waaronder te verstaan: inzage in en voor zover nodig afschrift) van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers ten name van erflaatster en kent uitsluitend daartoe voor zover nodig aan de verzoekende partij het beheer over de nalatenschap toe, een en ander tot en met 25 oktober 2024;
2.2
stelt de verzoekende partij in de gelegenheid uiterlijk 25 oktober 2024 door middel van een vermogensoverzicht het belang van de minderjarige bij een verwerping van de nalatenschap van erflaatster nader te onderbouwen;
2.3
verstaat dat indien uit het vermogensoverzicht blijkt dat de nalatenschap negatief is, de verzochte machtiging tot verwerping zal worden verleend en dat indien de omvang en samenstelling van de nalatenschap onduidelijk blijft, de nalatenschap positief is of er geen vermogensoverzicht ingediend wordt de verzochte machtiging zal worden onthouden waardoor de nalatenschap zal hebben te gelden als beneficiair aanvaard namens de minderjarige;
2.4
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Burgt, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 juli 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: