Erfrecht. Afwijzing verzoek machtiging om namens minderjarige te verwerpen, nu niet vast is komen te staan wat het belang van de minderjarige bij die verwerping is.
beschikking van 24 juli 2024 op een verzoek ex artikel 4:193 lid 1 BW
ingediend door:
[verzoekster]
, wonende te [woonadres] , in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de hierna te noemen minderjarige, verder te noemen: verzoekster,
1 Het verzoek en de beoordeling
1.1
Ter griffie van deze rechtbank werd op 22 maart 2024 van verzoekster een verzoekschrift ontvangen. Het verzoek strekt ertoe de machtiging van de kantonrechter te verkrijgen om namens [minderjarige], haar minderjarige kind (geboren op [geboortedag 1] 2023), een nalatenschap te kunnen verwerpen.
1.2
Verzoekster heeft gesteld dat op [datum] 2023 te [plaats] is overleden de heer [erflater], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 1946 en laatstelijk gewoond hebbend te [plaats] . Een uittreksel van de overlijdensakte is overgelegd.
1.3
Op grond van artikel 4:193 lid 1 BW heeft een wettelijk vertegenwoordiger van een erfgenaam aan wie een nalatenschap (of een aandeel daarin) toekomt slechts een beperkte keuzemogelijkheid. De wettelijk vertegenwoordiger kan namens de minderjarige niet zuiver aanvaarden en heeft voor verwerping een machtiging van de kantonrechter nodig.
1.4
Bij de beoordeling van het verzoek staan de belangen van de minderjarige erfgenaam voorop. Bij brief van 3 april 2024 is namens de kantonrechter dan ook verzocht om aan te tonen dat de nalatenschap negatief is door middel van schriftelijke bewijsstukken waaruit de baten en de lasten van de nalatenschap blijken. Verzoekster heeft op deze brief niet gereageerd. Ook op de brief van 6 mei 2024 is geen reactie ontvangen. Zonder de verzochte informatie kan de kantonrechter niet met zekerheid zeggen dat de nalatenschap negatief is zodat het niet in het belang is van de minderjarige erfgenaam om de nalatenschap te verwerpen. Op voorhand kan immers niet worden uitgesloten dat na de vereffening een positief saldo zal resteren. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
1.5
Dit brengt met zich dat verzoekster de nalatenschap namens de minderjarige erfgenaam beneficiair dient te aanvaarden op het moment dat de minderjarige tot de nalatenschap wordt geroepen. In beginsel leidt deze beneficiaire aanvaarding tot de verplichting voor de erfgenamen om de nalatenschap te vereffenen volgens de wet en treedt verzoekster daarbij namens de minderjarige erfgenaam op als vereffenaar. Voor de taken van de vereffenaar verwijst de kantonrechter naar hetgeen is bepaald in boek 4, titel 6, afdeling 3 van het Burgerlijk Wetboek en de ‘Richtlijnen Vereffening nalatenschappen’ die op www.rechtspraak.nl zijn gepubliceerd.
2 De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Burgt, en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2024.
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: