Incident tot tussenkomst 217 Rv. Mag een persoon die letselschade heeft geleden tussenkomen in een procedure tussen een derde die door dezelfde gebeurtenis materiële schade heeft geleden, en de voor de schade aansprakelijke partij?
zaaknummer / rolnummer: C/02/425398 / HA ZA 24-435
Vonnis in incident van 5 februari 2025
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PALLETCENTRALE PRODUCTIE B.V.,
gevestigd te Klundert,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FONDO MONTE B.V.,
gevestigd te Klundert,
eiseressen in de hoofdzaak,
verweersters in het incident,
advocaat mr. J.L. Hoovers te Rotterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INDUCON 21 B.V.,
gevestigd te Oud Gastel,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. D.J. van der Kolk te Rotterdam,
in welke procedure heeft verzocht te worden toegelaten als tussenkomende partij:
[naam]
,
wonende te Bulgarije, woonplaats kiezend aan het kantoor van mr. Nobel,
eiser in het incident,
advocaat mr. F.D.P. Nobel te Rotterdam.
Partijen zullen hierna Palletcentrale c.s., Inducon en [naam] genoemd worden. Eiseressen worden afzonderlijk Palletcentrale en Fondo Monte genoemd.
1 Waar gaat deze zaak over
1.1.
Palletcentrale is huurder van een terrein met bedrijfsopstallen dat eigendom is van Fondo Monte. Het terrein is afgesloten met een grote elektrische toegangspoort. Palletcentrale heeft Inducon opdracht gegeven om de voedingskabel van deze poort te vervangen. Inducon heeft de opdracht aanvaard. Bij deze werkzaamheden is een explosie ontstaan in de technische ruimte in de productiehal, waarna brand is ontstaan. Uit onderzoek is gebleken dat monteurs van Inducon werkzaamheden hebben verricht aan de hoofdverdeelinrichting terwijl die nog onder spanning stond. Palletcentrale c.s. heeft Inducon aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade.
2 Welke stukken maken deel uit van de procedure
2.1.
De volgende stukken maken deel uit van de procedure:
-
de dagvaarding,
-
de akte houdende producties,
-
de conclusie tot tussenkomst in een aanhangig geding,
-
de conclusie van antwoord in het incident tot tussenkomst van Palletcentrale c.s.,
-
de conclusie van antwoord in het incident tot tussenkomst van Inducon.
2.2.
Op basis van deze stukken wijst de rechtbank vandaag dit vonnis.
3 De vordering en het verweer in het incident
3.1.
[naam] vordert dat hem wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen. [naam] was monteur bij Inducon en heeft in opdracht van zijn directe chef de werkzaamheden bij Palletcentrale uitgevoerd. [naam] heeft ernstige brandwonden opgelopen bij de explosie in de hoofdverdeelinrichting. Inducon en haar verzekeraar hebben hiervoor aansprakelijkheid erkend. Inducon is tot een bedrag van € 2.500.000,00 gedekt. De schaderegeling wordt door een derde partij verder afgehandeld. [naam] beoogt door tussenkomst te garanderen dat hij zijn letselschadevordering, die nog niet vaststaat, geheel kan verhalen op de verzekeraar van Inducon. Het zal naar schatting nog drie tot vijf jaar duren voor de schade van [naam] kan worden berekend. [naam] verwacht dat hij niet volledig kan worden voldaan als de vordering van Palletscentrale wordt toegewezen, omdat de gezamenlijke schade het verzekerde bedrag zal overschrijden. [naam] wenst een eis in te stellen tot opschorting van een eventuele schadeverplichting voor Inducon en haar verzekeraar totdat de omvang van zijn letselschade vast staat.
Standpunt Palletcentrale
3.2.
Palletcentrale c.s. voert verweer. Zij stelt primair dat [naam] niet ontvankelijk is in zijn vordering, bij gebrek aan belang. [naam] zal geen nadelige gevolgen ondervinden als hij niet kan tussenkomen. Palletcentrale c.s. voert aan dat uit de rechtspraak of de wet niet volgt dat betaling van schadevergoeding door Inducon aan Palletcentrale c.s. opgeschort dient te worden of naar evenredigheid met andere vorderingen nagekomen dient te worden. Ook blijkt niet dat vorderingen uit letselschade een hogere rang hebben dan vorderingen uit materiële schade. Palletcentrale c.s. benadrukt dat de vordering is gericht tegen Inducon en niet tegen haar verzekeraar, die geen partij is in deze procedure. Tussenkomst zal ook geen verlies van recht tot gevolg hebben voor [naam], of zijn rechtspositie benadelen. Inducon heeft al aansprakelijkheid voor zijn schade erkend. Palletcentrale c.s. heeft haar vordering ingesteld tegen Inducon. [naam] heeft op geen enkele wijze onderbouwd dat Inducon onvoldoende solvabel is om de vorderingen van Palletcentrale c.s. en [naam] te voldoen, voor zover die niet zijn gedekt door de verzekeraar. De opschortingsplicht waarop [naam] haar vordering wil baseren komt alleen toe aan de verzekeraar en ziet op de rechtsverhouding tussen de verzekeraar en de benadeelden ten aanzien van de verdeling naar evenredigheid van de verzekerde som. De verzekeraar is geen partij in deze procedure. Palletcentrale c.s. kan Inducon aanspreken voor haar schade. De opschortingsverplichting zoals [naam] die beoogt en als die zou worden toegewezen, zou bovendien tot gevolg hebben dat Inducon geen enkele schuldeiser zou kunnen voldoen, totdat de schade van [naam] is vastgesteld.
In het geval de rechtbank [naam] in zijn vordering ontvankelijk verklaart, stelt Palletcentrale c.s. zich op het standpunt dat tussenkomst door [naam] in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Opschorting van enige betalingsverplichting van Inducon voor onbepaalde tijd, totdat de omvang van de schade van [naam] bekend is, zou onredelijke vertraging van de procedure, althans de executie hiervan, met zich meebrengen.
Standpunt Inducon
3.3.
Inducon stelt dat zij de wens van [naam] om tussen te komen begrijpt, gelet op de verzekerde som. Inducon refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
4 De beoordeling in het incident
4.1.
De rechtbank wijst de incidentele vorderingen van [naam] af. Hierna legt zij uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
4.2.
Uitgangspunt van de wet is dat iemand die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geschil, kan vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen (artikel 217 Rv). Voor het aannemen van een belang bij tussenkomen is voldoende dat de derde partij een eigen vordering wil instellen tegen (een van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in het hoofdgeding kan ondervinden. Aan de toewijsbaarheid van een vordering tot tussenkomst kunnen niettemin de eisen van een goede procesorde in de weg staan.1
4.3.
Bij de beoordeling van de vordering van de [naam] gaat het dus om de vraag of, en zo ja, in hoeverre hij mogelijk nadelige gevolgen kan ondervinden van de uitkomst in de hoofdzaak. Het belang moet zijn gelegen in de vorm van dreigende benadeling of verlies van een aan haar toekomend recht voor het behoud waarvan het nodig is dat zij in de hoofdzaak optreedt.
4.4.
In het geval de vordering van Palletcentrale c.s. wordt toegewezen en Inducon Palletcentrale c.s. uit eigen middelen voldoet, behoudt [naam] zijn recht tot uitkering uit de verzekering. Bovendien volgt uit de wet dat de verzekeraar in het geval van een schade die de verzekerde som overschrijdt, de verzekerde som naar evenredigheid verdeelt onder de benadeelden. De verzekeraar kan de betaling ook opschorten in het geval de omvang van de schade nog niet vaststaat. 2 [naam] heeft weliswaar gesteld dat de gezamenlijke schade mogelijk de verzekerde som zal overschrijden maar er is geen wettelijke grondslag waaruit volgt dat letselschade voorrang heeft boven andere schade.
In het geval [naam] (en overigens ook Palletcentrale c.s.) niet het volledige schadebedrag van de verzekeraar zou ontvangen, kan [naam] Inducon voor het resterende bedrag aanspreken. [naam] heeft niet gesteld dat Inducon niet over voldoende middelen beschikt om een eventueel resterende vordering van [naam] en/ of Palletcentrale c.s. te voldoen. Het belang van [naam] om in het onderhavige geding tussen te komen, is daarmee onvoldoende gebleken. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de eisen van een goede procesorde aan de toewijsbaarheid van de vordering van [naam] in de weg staan. [naam] stelt namelijk dat het nog drie tot vijf jaar zal duren voordat zijn schade kan worden berekend. Toewijzing van de vordering van [naam] zou daardoor leiden tot een onredelijke vertraging van de hoofdzaak.
4.5.
[naam] wenst ook een vordering in te stellen tegen de verzekeraar. Deze is echter geen partij in deze procedure, zodat die vordering alleen op die grond al moet worden afgewezen. Daarnaast komt de verzekeraar, zoals hiervoor overwogen, op grond van de wet een opschortingsrecht toe, in het geval zo lang de definitieve schade niet is vastgesteld.
4.6.
[naam] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident.
5 De beslissing
De rechtbank
in het incident
5.1.
wijst de vordering tot tussenkomst van [naam] af,
5.2.
veroordeelt [naam] in de kosten van het geding in het incident, aan de zijde van Palletcentrale c.s. begroot op € 614,00 en aan de zijde van Inducon begroot op € 614,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [naam] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis wordt daarna betekend,
in de hoofdzaak
5.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van19 februari 2025 voor beraad mondelinge behandeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025.3